MS en neuroplasticiteit
Achter dit enigszins esoterische woord gaan twee fundamentele waarheden schuil. Eén: de natuur zit goed in elkaar, en twee: de observatie van de natuur is bijzonder leerrijk. Een voorbeeld.
Met neuroplasticiteit bedoelt men, eenvoudig gezegd, dat het zenuwstelsel zich aanpast wanneer het door iets in zijn normale functioneren wordt verhinderd. Dat is op zich niet zo ongewoon: het proces van aanpassing is ook in andere domeinen van de geneeskunde goed gekend. In de cardiologie bijvoorbeeld, waar bij een hartinfarct of een aderontsteking de bloedsomloop spontaan wordt “omgeleid” zodat het hart of de onderste ledematen toch van bloed worden voorzien wanneer het bloedvat dat hier normalerwijze voor moet zorgen, verstopt zit of zo sterk is vernauwd dat het zijn rol niet meer kan vervullen. “Collaterale bloedsomloop”, noemt men dit fenomeen.
In de neurologie liggen de zaken iets ingewikkelder, zoals blijkt uit gegevens gepubliceerd door een Franse ploeg die zich boog over de kwestie van de neuroplasticiteit bij MS en de eventuele implicaties hiervan voor de reëducatie van de patiënten (J Pelletier et al. Int MS J. 2009; 16: 26-31).
De paradox “klinische bevindingen vs radiologie” opgehelderd
Eén van de karakteristieken van MS is de tegenstelling tussen enerzijds de afwijkingen die te zien zijn op beelden van de hersenen, en anderzijds de klinische manifestaties bij de patiënt. Artsen spreken in deze context van de “klinisch radiologische paradox”.
De verschillen tussen beide worden graag op rekening geschreven van de medische beeldvorming, die beelden maakt waarvan de kwaliteit niet perfect is. Maar de beelden die de functionele beeldvorming oplevert hebben een andere hypothese ingang doen vinden: het zenuwstelsel reorganiseert zich, zodat het zelfs bij neurologisch letsel alsnog kan blijven functioneren.
Anders gezegd: dankzij de neuroplasticiteit zal een anatomisch letsel zich minder of helemaal niet in klinische verschijnselen vertalen.
Verschillende mechanismen spelen hierbij een rol. Ze hebben waarschijnlijk te maken met een hervatting van bepaalde fysiologische fenomenen en manifesteren zich meer bepaald door een remyelinisatie, een expansie van beide uiteinden van de neuronen (het axon en het dendriet), de vorming van nieuwe synapsen en de reorganisatie van de circuits die instaan voor de zenuwtransmissie.
De aanpassingen treden al zeer vroeg op
De talrijke resultaten uit de functionele beeldvorming bevestigen dat neuroplasticiteit al zeer vroeg optreedt, en kan worden vastgesteld zowel bij duidelijk gediagnosticeerde MS patiënten als bij mensen die zich nog in het stadium bevinden van één geïsoleerd klinisch syndroom.
Ze hebben ook aangetoond dat bij het vervullen van motorische en cognitieve taken de hersenactiviteit zich niet beperkt tot de zones in de hersenen die hiervoor normalerwijze worden aangesproken, maar dat ook andere zones die hierbij niet betrokken zijn, geactiveerd worden.
Dit doet vermoeden dat de gevolgen van één of meerdere zenuwletsels worden gecompenseerd door een meer diffuse hersenactiviteit, waardoor MS patiënten alsnog tot dezelfde prestaties in staat zijn als gezonde mensen.
Deze bevindingen leren ons niet alleen veel bij over de natuurlijke fysiopathologie van MS, ze zijn ook bijzonder hoopgevend: ze tonen immers aan dat onze hersenen « plooibaar » zijn.
Aan ons om hieruit voordeel te halen, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van reëducatieprogramma’s die de neuroplasticiteit stimuleren, waardoor de functionele mogelijkheden van mensen met MS zo lang mogelijk behouden blijven.
Dr Jean-Claude Lemaire



