Pijnbestrijding bij MS
Ontleend aan een interview dat op 8 augustus 2000 van Dr. Claude Vaney, Montana – Vermala, Zwitserland afgenomen werd.
Meer dan 50% van de mensen met MS klaagt van pijn. Conventionele analgetica zijn vaak niet doeltreffend genoeg. Hebben MS-gerelateerde pijnen dan een andere oorsprong? Welke soorten pijntherapie kunnen dan aangeboden worden aan hen die er nood aan hebben?
De definitie van pijn is een onaangename sensatie en gevoel, dat in het algemeen verbonden is met een bestaande of mogelijke weefselbeschadiging. De pijngewaarwording wordt beïnvloed door de momentane emotionele toestand, angst, depressie en andere psychologische end sociale factoren. Vroeger ondervonden pijn speelt ook een rol in de gewaarwording van nieuwe pijn op dat ogenblik. De geleiding van pijnlijke sensaties tussen de perifere lichaamsgebieden, de huis, botten, gewrichten enz. en het centrale zenuwstelsel vindt bij mensen plaats via de gemyeliniseerde A delta vezels aan de éne kant en de gedemyeliniseerde C vezels aan de andere kant. Pijnreceptoren in de huid reageren op prikkels zoals druk, warmte en koude. In de interne organen zoals de maag, ingewanden en de blaas, wordt pijn gestimuleerd door stretching, spasmen en ontsteking. Skeletspieren ontlokken pijnsignalen wanneer er onvoldoende bloedcirculatie is of wanneer ze een letsel hebben. De snelle A vezels zenden hun signalen onmiddellijk uit als het lichaam bedreigd is en zetten een onmiddellijke fysieke reactie in. De trage C vezels daarentegen veroorzaken een doffe, oncomfortable sensatie die moeilijk te lokaliseren valt en langer duurt dan dat de pijnprikkel aanhoudt. Deze pijn wordt meestal gevolgd door een soort spierstijfheid die bij MS-lijders als verhoogde spasticiteit bekend staat. De pijninformatie bereikt dan uiteindelijk de verschillende deren van de hersenen via het ruggemerg en verdeelstations. Terwijl de celgroepen op het oppervlak van de hersenen (cerebrale cortex) de pijnsignalen op hun lokalisatie analyseren, verwerken de dieper gelegen hersendelen (thalamus en het limbische systeem), die verantwoordelijk zijn voor het bewustzijn en emotionele reacties, de binnenkomende informatie volgens hun emotioneel karakter. De verspreide, doffe en brandende pijnsensaties zijn waarschijnlijk het gevolg van deze trage route, net als de onspecifieke, onaangename gevoelens die met pijn geassocieerd zijn.
Neurogene of centrale pijn
Als er schade aan het ruggemerg of de hersenen zelf is, is er sprake van een ander soort pijn, nl. neurogene of centrale pijn, waarbij de pijnlijder de indruk heeft dat de pijn op het huidoppervlak begonnen is. Deze pijn heeft vaak een brandend, stekend of verdrukkend karakter. Het kan zelfs verschillende sensaties binnen dezelfde persoon opwekken. Bij een gezonde persoon verzorgt het ruggemerg een filterfunctie die tegen zulke prikkelgeleiding optreedt. Maar wanneer de zenuwen beschadigd zijn, zoals in geval van MS, werkt deze functie niet naar behoren. Het beperkend effect van bepaalde zenuwbanen is dan niet langer intact en de A en C-vezels kunnen de hersenen met onaangename en pijnlijke prikkels bombarderen. Een vervelende, bijna ononderbroken en ongecontroleerde stroom van informatie is het gevolg.
Dit verklaart waarom gebruikelijke pijnstillers niet effectief zijn bij neurogene pijn: zij beïnvloeden hoofdzakelijk de perifere en centrale prikkeloverdracht op de doorgeefknopen.
De verschillende benaderingen voor een behandeling
Hoewel sommige vormen van centrale pijn moeilijk te beïnvloeden zijn, kunnen bepaalde soorten antidepressiva zoals uitgeprobeerd worden om de ongelimiteerde verspreiding van de stimulus te beperken. Het lichaam produceert haar eigen pijninhibitor, serotonine, die trager afgebroken wordt onder de invloed van bepaalde antidepressiva. Daarenboven hebben sommige van deze geneesmiddelen een kalmerend en verdovend effect, en verbeteren ze de gemoedsgesteldheid. Anticonvulsive geneesmiddelen kunnen ook effectief zijn door de zenuwcelmembraan de stabiliseren. Zulke geneesmiddelen kunnen hoofdzakelijk gedurende acute pijnaanvallen ingezet worden zoals bij trigeminische neuralgie.
Hoe kan men de ideale pijntherapie voor de individuele patiënt in de praktijk vaststellen?
Wij gebruiken het “trial and error”-principe bij het zoeken naar één van bovenstaande geneesmiddelen en dienen stap-voor-stap toenemende hoeveelheden geneesmiddel toe tot het optimale effect bereikt is. Als er geen effect te zien is, moeten we een ander geneesmiddel proberen. Deze zoektocht kan een heel ontgoochelende ervaring zijn voor de patiënt en is soms een lange en vermoeiende weg, die niet altijd in succes uitmondt.
Ik vind het heel belangrijk om de patiënt in detail te informeren over de verschillende geneesmiddelen. Als de MS-lijder niet weet hoe een geneesmiddel in zijn lichaam werkt, vraagt hij of zij zich af waarom antidepressiva of anti-epileptische geneesmiddelen worden voorgeschreven. Dit kan tot misverstanden leiden en tot situaties waar het geneesmiddel niet regelmatig wordt ingenomen of de behandeling voortijdig gestopt wordt. De ideale behandeling bestaat niet.
In sommige gevallen van centrale pijn, vergelijkbaar met de chronische pijn die men in andere ziektes ziet, kan het helpen om gedrags- en psychotherapeutische procedures te proberen, waaronder suggestieve methodes en afleidingsstrategieën.
Naar wie moeten mensen met MS zich wenden wanneer ze pijn lijden?
Ze moeten er eerst openlijk met hun arts over spreken. Als ze samen geen oplossing vinden, moeten ze er een neuroloog bij betrekken of een speciale pijnkliniek bezoeken.
Referenties
Voor verdere informatie over het onderwerp pijn:
- Howarth AL. Pain management for multiple sclerosis patients. Professional Nurse 2000;16(1):824-826.
- Smith PF. Cannabinoids in the treatment of pain and spasticity in multiple sclerosis. Current Opinion in Investigational Drugs 2002;3(6):859-864.
- Vaney C, Brenneisen R. Cannabis: Hilfreich bei Multipler Sklerose [Helpt bij Multiple Sclerose] [Duits artikel]. Der informierte Arzt / Gazette Médicale 1999;20:233-236.



