MS Gateway - The Multiple Sclerosis Gateway

Start :: MS en meer :: MS Begrijpen :: Wat is MS? :: Het belang van myeline

Het belang van myeline

Inleiding

Myeline, de stof die de meeste zenuwvezels omringt, versnelt het doorgeven van zenuwimpulsen naar andere delen van het lichaam. Het verlies van myeline betekent dan een vertraging of zelfs een blokkering van deze impulsen, wat een hele reeks symptomen kan veroorzaken.


Zenuwcellen geven impulsen door

Zenuwcellen hebben lange, dunne, flexibele vezels om impulsen door te geven. Impulsen zijn elektrische signalen die langs de zenuwbanen doorgegeven worden. De lengte van zenuwvezels stelt het lichaam in staat om impulsen tussen ver van elkaar liggende lichaamsdelen door te geven, bijvoorbeeld tussen het ruggemerg en de beenspieren. De zenuwen vervoeren boodschappen tussen de lichaamsdelen.


Myeline versnelt de impulsgeleiding

De meeste zenuwvezels worden geïsoleerd door in een vetachtige laag te zijn ingebed, myeline. Deze stof versnelt de impulsgeleiding langs de zenuw. Op bepaalde plaatsen is de myelinelaag onderbroken, dat zijn de zogenaamde knopen van Ranvier. De impuls springt van knoop naar knoop (de zog. saltatorische geleiding), wat de geleiding sneller doet verlopen dan als ze langs de volledige lengte van de zenuwvezel zou moeten snellen. De myeline van zenuwvezels kan een signaal doorgeven met een snelheid van meer dan 100 meter per seconde, en dat is even snel als een race-auto.


Verlies van myeline leidt tot heel wat symptomen

Als de myelineschede rond de zenuwvezels beschadigd raakt of vernietigd wordt, worden de impulsen trager en trager of worden ze helemaal niet meer doorgegeven. De impuls loopt nu over de hele lengte van de vezel, wat een stuk langer duurt dan de geleiding van knoop tot knoop. Myelineverlies kan ook kortsluiting of blokkages van zenuwimpulsen veroorzaken. Zo’n gebiedje van vernietigd myeline wordt een lesie of plaque genoemd. De vertraagde of geblokkeerde impulsen veroorzaken heel wat symptomen, die allen duiden op een verstoorde functionele activiteit van het zenuwstelsel. Zo omvatten ze een verminderde zintuiglijke gevoeligheid (zoals onduidelijk zicht), coördinatieproblemen, moeilijkheden met gaan en problemen met lichaamsfuncties (zoals onvoldoende controle over de blaas).